Rituelen
Vrijmetselaars werken met symbolen. Wij kennen twee soorten; de bouwsymboliek en de lichtsymboliek. Bouwsymboliek komt buiten de loges niet meer voor.
De rituelen die opgevoerd worden in de loge zijn ook gebaseerd op bouwen en licht. De symboliek is volgens velen ontleend aan de middeleeuwse kathedralenbouwers. Een kathedraal was niet slechts een plaats van samenkomst voor gelovigen, maar duidde vooral de betekenis van de hemel, heelal en het licht. Het bouwen van een kathedraal, is in bijbelse termen terug te vinden als het bouwen van de tempel van Salomo.

De rituelen worden wel een ‘verheven spel’ genoemd, een opvoering waarin op symbolische wijze het leven, de verhouding tot de medemens, de zin van de levensweg en de betekenis van de kosmos wordt aangeduid. De eigen verantwoordelijkheid in het leven van ieder individu speelt een belangrijke rol in deze opvoeringen. De rituelen en symbolen doen een appèl op aspecten van het collectieve geheugen zoals dat door de Zwitserse psychiater Jung als archetype wordt aangeduid. Net als bij de middeleeuwse bouwopleidingen wordt een kandidaat stapsgewijs bekendgemaakt met de bouwgereedschappen en werkwijzen. De kern van de inwijdingen is de weg die de mens gaat, op zoek naar meer inzicht in zichzelf en zijn verhouding tot de medemens.

Elke vrijmetselaar doorloopt de fases van leerling, gezel en meester. Bij elke fase hoort een bekendmakings- of inwijdingsritueel. De rituelen en betekenissen van de symbolen worden niet actief door de loges naar buiten gebracht. Het verrassingselement tijdens de inwijding laat dan een diepere indruk bij de ingewijde achter en dat is de enige reden waarom we er vooraf niet over spreken. Er bestaan overigens publicaties waarin (delen van) rituelen beschreven worden. Deze waren zeer populair in de 18e eeuw. Ze worden -in de gezwollen terminologie van die tijd- verradersgeschriften genoemd. De rituelen zijn inmiddels honderden jaren oud. Het taalgebruik vertoont eveneens wat bombastische en pathetische trekken. Maar dat vormt tegelijkertijd ook wel weer de charme van het geheel.

Geschiedenis
De vrijmetselaarsrituelen zijn hoogstwaarschijnlijk gebaseerd op het ambachtelijke werk van de middeleeuwse kathedralenbouwers. De bouwmeester en zijn staf beschikten over een arsenaal aan werktuigen voor het ontwerpen en bouwen van de kathedraal. De bouwmeester hield een ‘Bauhüttenbuch’ bij waarin hij zijn kennis optekende ten behoeve van zijn opvolgers. (Een bouw duurde meerdere eeuwen.) Dit boek met kennis moest de bouwmeester zelf in bewaring houden.
De werklieden kwamen ter bespreking van de voortgang van de bouw in hutten, werkplaatsen of loges bij elkaar. Zij vormden een hechte gemeenschap. De ambachtslieden trokken vaak hun hele leven met elkaar op. Nieuwe werklieden werden met een eenvoudige ceremonie in de werkplaats aangenomen. De organisatie en werkwijze van steen- en beeldhouwers trok ook de belangstelling van niet-bouwkundigen, bijvoorbeeld de geldschieters en stadsbestuurders. Hierdoor ontstonden uiteindelijk ‘loges’ die los stonden van het concrete bouw- en beeldhouwersvak. Het schootsvel dat vrijmetselaren dragen tijdens de rituelen doet nog denken aan de steenhouwers. Ceremonies werden niet opgeschreven maar onthouden en mondeling doorgegeven. Later werden de voorgeschreven teksten en handelingen in ritualen vastgelegd. De bouwgereedschappen bleven.

Als begin van de moderne vrijmetselarij wordt gezien de oprichting van de Grootloge van Engeland in 1747. In 1723 tekende de Engelse presbyteriaanse predikant James Anderson boeiende legenden en gedragsregels op. Dit boek staat bekend als The constitutions.

In de huidige vrijmetselarij zijn de honderden historische ritualen teruggebracht tot een drietal hoofdritualen; leerling, gezel en meester.
Daarnaast zijn er nog ritualen voor opening en sluiting van het verenigingsjaar en een herdenkingsrituaal voor overleden vrijmetselaars. Sommige vrijmetselaarsloges voeren ‘vergeten’ of historische ritualen weer op.
Ritualen verschillen bovendien van land tot land.